Uitspraak
Provincie Noord-Holland, gevestigd te Haarlem,
“Gebruik van glyfosaat is niet toegestaan. Toepassing is alleen mogelijk na toestemming van verpachter.”is geschrapt en de aldus gewijzigde pachtovereenkomst goedgekeurd. Een afschrift van die beschikking is aan pachter en verpachtster verzonden op 28 oktober 2021 en is in fotokopie aan deze beschikking gehecht. Naar die beschikking wordt verwezen voor de bij de grondkamer gevolgde procedure en de aan die beschikking ten grondslag gelegde motivering.
De procedure bij de Centrale Grondkamer
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
buitensporigeverplichtingen. De Centrale Grondkamer heeft eerder al beslist dat een verplichting buitensporig is als deze
kennelijk(overduidelijk, klaarblijkelijk) niet in een redelijke verhouding staat tot wat de pachter op grond van de pachtovereenkomst wordt geboden.
Het gepachte is partijen volkomen bekend, die daarvan geen nadere omschrijving verlangen.
In afwijking van het bepaalde in artikel 7:341 BW Pro geldt dat verpachter niet aansprakelijk is voor (de gevolgen van) eventuele gebreken die het gepachte blijkt te hebben en die verpachter op het moment van het aangaan van de pachtovereenkomst niet kende, of naar op dat moment gangbare opvattingen niet hoefde te kennen. Verpachter is evenmin aansprakelijk voor (de gevolgen van) eventuele zichtbare en/of onzichtbare gebreken, die na het aangaan van de pachtovereenkomst ontstaan c.q. mochten ontstaan. Op verpachter rust terzake van zichtbare en/of onzichtbare gebreken, ontstaan na het aangaan van de pachtovereenkomst, geen onderzoeks- en/of mededelingsplicht. De pachter kan terzake de in dit lid genoemde gebreken geen aanspraak maken op het verhelpen daarvan en heeft geen recht op vermindering van de pachtprijs in geval van vermindering van pachtgenot als gevolg van deze gebreken.”
Pachter is bij het einde van de pachtovereenkomst verplicht het gepachte weer in tenminste dezelfde en goede staat ter vrije beschikking te stellen van verpachter of aan de door verpachter aangewezen nieuwe grondgebruiker.
Pachter blijft aansprakelijk voor schade en gebreken aan het gepachte of tekortkomingen in het onderhoud ervan die zich na de oplevering als bedoeld in lid a. openbaren, maar voordien zijn ontstaan, tenzij het gebreken betreft die bij de aanvraag van de pachtovereenkomst al aanwezig waren en die verpachter toen kende of naar de op dat moment gangbare opvattingen behoorde te kennen.”