Uitspraak
1.De procedure bij de grondkamer
2.De procedure bij de Centrale Grondkamer
- pachter, bijgestaan door de heer L. Jansen als adviseur,
- [naam zoon] (zoon) namens verpachter.
Centrale Grondkamer
De pachtkamer van de rechtbank Den Haag heeft in juni 2021 vastgesteld dat tussen de pachter en verpachter een reguliere pachtovereenkomst geldt, welke door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is bekrachtigd. Vervolgens heeft de grondkamer deze pachtovereenkomst ongewijzigd goedgekeurd.
De pachter is in beroep gegaan tegen deze goedkeuring en verzocht om vernietiging van de beschikking en neerwaartse bijstelling van de pachtprijs met terugwerkende kracht. De Centrale Grondkamer moest beoordelen of de pachter ontvankelijk was in zijn beroep.
Op grond van artikel 36 lid 1 en Pro 3 van de Uitvoeringswet grondkamers is beroep tegen een ongewijzigde goedkeuring van de pachtovereenkomst in principe niet toegestaan, tenzij sprake is van doorbrekingsgronden zoals schending van fundamentele rechtsbeginselen. De Centrale Grondkamer oordeelde dat dergelijke doorbrekingsgronden niet aanwezig zijn en verklaarde de pachter niet-ontvankelijk.
De beslissing werd genomen door drie rechters en twee deskundige leden op 28 maart 2024 na een mondelinge behandeling op 11 januari 2024. De beschikking bevestigt de rechtsgeldigheid van de ongewijzigde goedkeuring van de pachtovereenkomst.
Uitkomst: De Centrale Grondkamer verklaart de pachter niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen de ongewijzigde goedkeuring van de pachtovereenkomst.