ECLI:NL:CRVB:1971:1
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring terugvordering studiekosten wegens rechtszekerheid en onjuiste inhouding salaris
Eiser werd in 1967 aangesteld als adjunct-commies en vroeg studiekostentegemoetkoming aan, waarbij hij verklaarde de toen geldende studiekostenregeling 1958 te hebben ontvangen en te accepteren. Na zijn ontslag in 1970 vorderde de gemeente terugbetaling van studiekosten op grond van een gewijzigde regeling die sinds 1 juli 1966 van kracht was. Eiser betwistte dit omdat hij de oude regeling had ontvangen en niet verplicht was tot terugbetaling volgens die regeling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat eiser terecht mocht uitgaan van de oude regeling die hem was uitgereikt en dat toepassing van de nieuwe regeling tegen het rechtszekerheidsbeginsel ingaat. Ook was de inhouding van het volledige bedrag op het maandsalaris onrechtmatig, omdat de Ambtenarenwet 1929 inhouding beperkt tot een bepaald percentage van het salaris.
De Raad vernietigde het besluit en verklaarde de inhouding nietig, met de verplichting tot terugbetaling van het ingehouden bedrag aan eiser. Hiermee werd bevestigd dat wijziging van algemeen verbindende voorschriften niet zonder meer tegen bestaande gerechtvaardigde verwachtingen mag worden toegepast en dat wettelijke regels omtrent inhouding strikt moeten worden nageleefd.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering studiekosten en de inhouding op het salaris zijn nietig verklaard en het bedrag moet worden terugbetaald.