ECLI:NL:CRVB:1975:ZB0069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelatingsbeslissing vrijwillige WAO-verzekering in strijd met wet, maar niet zonder meer herroepbaar
Eiseres heeft zich op 15 maart 1973 aangemeld voor de vrijwillige WAO-verzekering en premie betaald, welke door de bedrijfsvereniging zonder voorbehoud werd geaccepteerd. Later stelde de bedrijfsvereniging vast dat eiseres niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden van art. 81, lid 1, onderdeel c, WAO, en annuleerde de verzekering per 8 november 1973. Eiseres had haar particuliere ziekteverzekering beëindigd en kon vanwege haar leeftijd geen nieuwe verzekering afsluiten.
De bedrijfsvereniging stelde dat de toelating in strijd met de wet was en dat de onrechtmatige beslissing ongedaan moest worden gemaakt. De Raad oordeelde echter dat de bedrijfsvereniging niet zonder meer aan een dergelijke beslissing gebonden hoeft te zijn, vooral niet als de belanghebbende te goeder trouw was en nadelige gevolgen ondervond.
De Raad vernietigde de bestreden beslissing en uitspraak, omdat eiseres niet onder de in de wet genoemde gevallen viel voor toelating, maar de bedrijfsvereniging ook niet zomaar de toelating mocht intrekken gezien de omstandigheden. De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe beslissing.
Uitkomst: De toelatingsbeslissing tot de vrijwillige WAO-verzekering was onrechtmatig, maar mocht niet zonder meer worden herroepen vanwege de goede trouw van eiseres en haar nadelige gevolgen.