ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H.A.A.G. Vermeulen
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verjaring financiële aanspraken ambtenaar na vijf jaar
Appellant, werkzaam als (reserve-)suppoost bij een museum, verzocht op 1 april 1993 om zijn bezoldiging per 13 mei 1987 vast te stellen op een hogere salarisschaal. Dit verzoek werd door het College van burgemeester en wethouders van Haarlem afgewezen en het bezwaar gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat artikel 123 Ambtenarenwet Pro, dat een verjaringstermijn van vijf jaar voor geldelijke aanspraken bepaalt, niet van toepassing is op bestuursrechterlijke ambtenarenzaken. Desalniettemin geldt het rechtszekerheidsbeginsel, waardoor ambtenaren financiële aanspraken na vijf jaar niet meer kunnen afdwingen. Appellant had redelijkerwijs op 13 mei 1987 op de hoogte kunnen zijn van zijn aanspraken, maar diende pas in 1993 zijn verzoek in, ruim na het verstrijken van de termijn.
De Raad acht het voor rekening en risico van appellant dat hij vertrouwde op eerdere mededelingen over de correcte bezoldiging zonder verdere actie te ondernemen. Er zijn geen omstandigheden gesteld die het beroep op verjaring door de overheid zouden uitsluiten. Daarom wordt het beroep van appellant afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen vanwege verjaring van de financiële aanspraken.