ECLI:NL:CRVB:2001:AB1812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.C.F. Talman
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening bezoldiging ambtenaar na rechtens onaantastbaar besluit
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht die de weigering van gedaagde bevestigde om terug te komen op besluiten over zijn bezoldiging over de periode 1990-1994. De Raad overwoog dat gedaagde pas na uitspraken van 8 september 1994 op de hoogte was van de juiste uitleg van de toepasselijke bepalingen en daarom pas vanaf 1 oktober 1994 de bezoldiging heeft herzien.
Appellant voerde onder meer een beroep op artikelen 52 en 53 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 123 van Pro de Ambtenarenwet, stellende dat hij recht had op volledige herziening. De Raad verwierp deze beroepen omdat de bepalingen niet verplichten tot terugkomen op een in rechte onaantastbaar geworden besluit en omdat appellant bekend was met de interpretatie van de regelgeving.
De Raad bevestigde dat het bestuursorgaan de weigering om terug te komen op een onaantastbaar besluit moet eerbiedigen, tenzij er zodanige gebreken of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen, welke hier niet aanwezig zijn. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd en toepassing van artikel 8:75 Awb Pro werd niet gegrond geacht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om terug te komen op eerdere besluiten over de bezoldiging van appellant.