ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over heroverweging bijstandaanvraag werkloze werknemer volgens RWW
In deze zaak stond centraal of bij de heroverweging van een besluit op een aanvraag voor een uitkering ingevolge de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (RWW) ook gewijzigde omstandigheden na de datum van het primaire besluit betrokken moeten worden. Gedaagde had een uitkering aangevraagd, die werd afgewezen omdat hij niet als werkloze werknemer werd aangemerkt. Na het primaire besluit beëindigde gedaagde zijn zelfstandige werkzaamheden en vroeg opnieuw uitkering aan.
De rechtbank had geoordeeld dat de gewijzigde omstandigheden na het primaire besluit betrokken moesten worden bij de heroverweging, en vernietigde het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep stelde echter dat de heroverweging zich moet beperken tot het feitencomplex tot en met de datum van het primaire besluit en dat nieuwe omstandigheden na die datum aanleiding zijn voor een nieuwe aanvraag, niet voor een heroverweging.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Hiermee werd bevestigd dat het bezwaar en de heroverweging zich beperken tot de situatie ten tijde van het primaire besluit, conform artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Dit oordeel sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.