ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.F.M. Brenninkmeijer
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering behandeling aanvraag ondernemersverklaring OVAV
In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal de vraag of het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) terecht de aanvraag van appellant voor een ondernemersverklaring audio-visuele branche (OVAV) niet in behandeling had genomen vanwege het niet indienen van jaarstukken. De rechtbank had het besluit van Lisv vernietigd omdat appellant niet conform artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gelegenheid was gesteld om de gevraagde gegevens alsnog te verstrekken en omdat niet binnen vier weken een bericht van niet-behandeling was verzonden.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat Lisv tijdens de bezwarenprocedure wel degelijk appellant de gelegenheid had geboden om de jaarstukken alsnog in te dienen, waardoor aan de voorwaarden van artikel 4:5 Awb Pro was voldaan. Het niet tijdig sturen van een bericht van niet-behandeling bij de primaire besluitvorming kon worden hersteld in de bezwaarprocedure. De Raad stelde voorts vast dat het verzoek om jaarstukken gerechtvaardigd was ter verificatie van de zelfstandigheid van appellant.
Appellants beroep op privacy werd verworpen, omdat de gevraagde gegevens niet onder de bescherming van artikel 4:3, tweede lid Awb vielen en Lisv gebonden is aan geheimhouding. De Raad zag geen reden voor appellant om de jaarstukken niet te overleggen. Klachten over de OVAV-regeling en de positie van freelancers konden in deze procedure niet worden beoordeeld.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarmee de weigering van Lisv om de aanvraag in behandeling te nemen werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de weigering van Lisv om de aanvraag in behandeling te nemen wordt bevestigd.