ECLI:NL:RBDHA:2023:19102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag omgevingsvergunning en ontvankelijkheid bezwaar VvE-uitbreiding appartementen
De zaak betreft een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van drie appartementen binnen een VvE. De voorzitter van de VvE diende een aanvraag in, maar verweerder stelde deze buiten behandeling omdat geen machtiging van de VvE was overgelegd, waardoor de bevoegdheid tot aanvraag niet kon worden vastgesteld.
Eisers stelden dat het bezwaar van een appartementseigenaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard wegens termijnoverschrijding en gebrek aan procesbelang. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege een foutieve mededeling van de gemeente en dat de eigenaar van het appartement wel procesbelang had omdat het bouwplan ook zijn appartement betrof.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder terecht artikel 4:5 van Pro de Awb toepaste om de aanvraag buiten behandeling te stellen vanwege het ontbreken van een schriftelijke machtiging van de VvE, een vereiste volgens de splitsingsakte. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak dat interne vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden getoetst en dat het ontbreken hiervan leidt tot niet-ontvankelijkheid.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eisers kregen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J. Schaaf op 29 november 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.