ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigheid en werkloosheid in het kader van de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers
Appellant, bestuurslid en enige werknemer van een stichting die winst als loon aan hem uitbetaalt, vroeg een uitkering aan op grond van de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (RWW). Gedaagde weigerde de uitkering omdat appellant niet als werkloze werknemer kon worden aangemerkt.
De Raad stelde vast dat appellant feitelijk als zelfstandige in een eenpersoonsbedrijf werkzaam was, ondanks zijn juridische positie als werknemer van de stichting. Belangrijke factoren waren onder meer het feit dat hij voorzitter, secretaris en penningmeester was, de winst als loon ontving, niet stond ingeschreven als werkzoekende en geen sollicitaties had gedaan.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan het criterium van beschikbaarheid voor arbeid in dienstbetrekking en dat zijn aanvraag slechts een overbrugging betrof van een periode zonder inkomsten uit zelfstandige activiteiten. Daarom werd de afwijzing van de uitkering bevestigd.
De Raad vond geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant als zelfstandige moet worden aangemerkt en geen recht heeft op een uitkering als werkloze werknemer.