ECLI:NL:CRVB:2006:AV8564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens aanmerken als zelfstandige volgens Bbz 2004
Appellant ontving sinds 1981 een bijstandsuitkering, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Gedaagde beëindigde het recht op bijstand per 1 januari 2004, later met ingang van 22 januari 2004 bevestigd na bezwaar. Appellant voerde aan niet als zelfstandige te kwalificeren en verzocht om schadevergoeding.
De Raad beoordeelde dat appellant en zijn partner de enige bestuursleden waren van een stichting die informatie en advies aan bijstandsgerechtigden biedt. Appellant was fulltime werkzaam als rechtshulpverlener en beheerder van de website, en leverde bedrijfsmiddelen in bruikleen. De stichting ontving betalingen van de CWI voor het gebruik van de internetsite.
Gezien de economische realiteit en de kenmerken van zelfstandigheid zoals het uitoefenen van een eigen bedrijf, inbreng van vermogen en zeggenschap, concludeerde de Raad dat appellant vanaf 22 januari 2004 als zelfstandige moet worden aangemerkt volgens artikel 1, aanhef en onder b, van het Bbz 2004. Hierdoor kon appellant geen recht meer ontlenen aan de WWB bijstand. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De Raad zag geen aanleiding tot een andere beoordeling en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissing van de rechtbank Groningen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de bijstandsuitkering per 22 januari 2004 wordt bevestigd.