ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.A. Hoogeveen
- Chr. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Recht op ziekengeld bij hervatting ander werk met andere oorzaak arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een geschil over de toekenning van ziekengeld aan gedaagde die na een eerdere periode van arbeidsongeschiktheid als magazijnbediende ander werk als straatveger is gaan verrichten. De appellant, het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), weigerde ziekengeld toe te kennen met toepassing van artikel 29 lid 2 Ziektewet Pro (oud), omdat gedaagde reeds 52 weken ziekengeld had ontvangen voor het oude werk.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de ongeschiktheid voor het nieuwe werk voortvloeit uit een andere oorzaak dan de eerdere arbeidsongeschiktheid, zodat de maximering niet kon worden tegengeworpen. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het bepaalde in artikel 29 lid 2 ZW Pro niet meer aan toekenning van ziekengeld in de weg staat indien de ongeschiktheid voortkomt uit een kennelijk andere oorzaak.
De Raad overweegt dat onvoldoende feitenonderzoek is gedaan naar de vergelijking van de belastende factoren van het oude en nieuwe werk en dat de medische beoordeling onvoldoende onderbouwd is. De Raad vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat gedaagde met ingang van 14 juni 1988 recht heeft op ziekengeld. Tevens wordt gedaagde een vergoeding van wettelijke rente toegekend over het ten onrechte onthouden bedrag vanaf 1 september 1995.
De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten en wijst het hoger beroep ontvankelijk toe. Hiermee wordt het eerdere besluit van de rechtbank bevestigd en wordt de rechtspositie van gedaagde versterkt.
Uitkomst: Gedaagde heeft recht op ziekengeld vanaf 14 juni 1988 en krijgt vergoeding van wettelijke rente toegekend.