ECLI:NL:CRVB:2010:BN5841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld op grond van limitatieve opsomming in artikel 29 Ziektewet
Betrokkene, die sinds 2001 meerdere perioden arbeidsongeschiktheid kende, kreeg per 16 september 2004 geen recht meer op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). Na bezwaar en beroep werd het besluit aanvankelijk vernietigd door de rechtbank wegens onvoldoende feitenonderzoek en toepassing van artikel 29 ZW Pro. De Raad bevestigde in 2007 deze uitspraak, waarna appellant een nieuw besluit nam dat het recht op ziekengeld opnieuw weigerde.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen dit nieuwe besluit gegrond en oordeelde dat artikel 29, tweede lid, ZW niet limitatief was, waardoor betrokkene recht zou hebben op ziekengeld. In hoger beroep stelt appellant dat artikel 29, tweede lid, juist een limitatieve opsomming bevat en dat betrokkene niet onder een van deze categorieën valt.
De Raad stelt vast dat de wetgever in de memorie van toelichting duidelijk heeft gemaakt dat alleen in de limitatief opgesomde gevallen recht op ziekengeld bestaat. Er is geen sprake van een onvoorziene situatie of lacune die door de Raad ingevuld moet worden. De Raad vernietigt daarom het bestreden vonnis en verklaart het beroep ongegrond, waarmee het recht op ziekengeld terecht is geweigerd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt terecht geweigerd.