ECLI:NL:CRVB:2007:BC0042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldig onderzoek naar recht op Ziektewetuitkering na hervatting werk
Betrokkene meldde zich op 26 april 2001 ziek vanwege borstkanker en ontving een WAO-uitkering met wisselende mate van arbeidsongeschiktheid. Na meerdere periodes van arbeidsongeschiktheid hervatte zij haar werkzaamheden, maar viel opnieuw uit wegens medische klachten.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) besloot per 16 september 2004 de Ziektewetuitkering te beëindigen, met als grond dat de maximale termijn voor ziekengeld was verstreken. Betrokkene maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank Arnhem vernietigde dit besluit omdat niet duidelijk was of betrokkene haar oude of een nieuwe functie had hervat en het UWV onvoldoende feitenonderzoek had verricht.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het UWV terecht het vijfde lid van artikel 29 Ziektewet Pro had toegepast, maar dat het niet inzichtelijk was of betrokkene in haar oude of nieuwe werk was hervat. Hierdoor was het besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Awb Pro en moest het worden vernietigd. De Raad veroordeelde het UWV tevens tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de Ziektewetuitkering te beëindigen wordt vernietigd vanwege onzorgvuldig feitenonderzoek en onduidelijkheid over hervatting van werk.