ECLI:NL:CRVB:1998:AA8504
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- H.M.J.I. Steenbergen
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van feitelijk verdiend loon
Gedaagde, arbeidsongeschikt sinds maart 1991, kreeg aanvankelijk een uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Appellant herzag deze uitkering in 1993 naar 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapporten. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens gebruik van verouderde medische gegevens en onjuiste vaststelling van beperkingen.
Appellant stelde dat recente medische informatie en een adequaat onderzoek na melding van verslechtering waren meegenomen, en dat het maatmaninkomen moest worden vastgesteld op basis van het feitelijk genoten loon, niet het contractloon. Gedaagde betwistte dit en vond dat bepaalde functies buiten beschouwing moesten blijven.
De Raad oordeelde dat het besluit niet berustte op verouderde gegevens, dat de klachten van gedaagde adequaat waren onderzocht en dat het maatmaninkomen correct was vastgesteld door actualisatie van het feitelijk genoten loon. De functies die nekbelasting veroorzaakten werden buiten beschouwing gelaten, maar psychisch minder geschikte functies niet.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de herziening van de uitkering naar 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid werd bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering naar 25 tot 35% wordt bevestigd en het hoger beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard.