ECLI:NL:CRVB:1998:AA8550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep bestuursrechtelijke schadevergoeding
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft de Minister van Justitie hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Breda die het beroep van een penitentiair inrichtingswerkster gegrond verklaarde en het besluit tot afwijzing van haar schadevergoedingsverzoek vernietigde.
De Minister verzocht tevens om een voorlopige voorziening, waaronder schorsing van de uitspraak voor zover deze aansprakelijkheid erkent en de veroordeling in proceskosten. De President van de Centrale Raad van Beroep overwoog dat het enkele feit dat de uitspraak mogelijk niet in stand blijft onvoldoende is voor het toewijzen van een voorlopige voorziening.
De argumenten van de Minister dat uitvoering van de uitspraak precedentwerking zou hebben en financiële problemen zou veroorzaken, werden niet als zwaarwegend belang aangemerkt. De President concludeerde dat het verzoek kennelijk ongegrond is en wees het af.
De uitspraak onderstreept het principe dat hoger beroep in bestuursrechtelijke zaken geen schorsende werking heeft, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dat vereisen, welke hier niet aanwezig waren.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.