ECLI:NL:CRVB:2006:AX1156
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake terugvordering schadevergoeding na dienstongeval
Betrokkene, voormalig hoofdagent bij de politieregio Amsterdam-Amstelland, raakte op 13 mei 1996 tijdens zijn werk arbeidsongeschikt door een dienstongeval. Na een periode van arbeidsongeschiktheid verleende verzoeker hem op 1 maart 2002 eervol ontslag wegens ongeschiktheid. Betrokkene vroeg vervolgens een schadevergoeding van €405.936,- wegens materiële en immateriële schade.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en oordeelde dat de vordering niet verjaard was, ondanks dat de vijfjaarstermijn was verstreken, omdat verzoeker rekening had moeten houden met een schadeverzoek. Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de werking van de uitspraak te schorsen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het instellen van hoger beroep geen schorsende werking heeft en dat het nemen van een nieuw besluit op bezwaar binnen de normale bestuursrisico's valt. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een spoedeisend belang voor schorsing rechtvaardigen. Ook was er geen bijzonder verhaalsrisico dat een voorlopige voorziening zou rechtvaardigen.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigde dat de uitvoering van de uitspraak niet geschorst wordt tijdens het hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.