ECLI:NL:CRVB:1998:AB2279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.A.J. van den Hurk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beëindiging RWW-uitkering wegens voortzetting deeltijdstudie niet in strijd met Awb
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht waarin de beëindiging van zijn RWW-uitkering werd bevestigd. De uitkering werd beëindigd omdat appellant een deeltijdstudie rechten bleef volgen, hetgeen volgens de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (RWW) niet verenigbaar is met het ontvangen van een uitkering.
De Raad stelt vast dat de RWW geen ruimte biedt voor bijstandsverlening aan personen die een deeltijd- of voltijdstudie volgen, tenzij zij onder een uitzondering vallen die hier niet van toepassing is. Appellant had geen recht meer op uitkering vanaf 1 januari 1995, omdat hij zijn studie niet had gestaakt. De dienst Sociale Zaken had dit na enige tijd erkend en meerdere mededelingen aan appellant gedaan.
Appellant voerde onder meer een beroep op het vertrouwensbeginsel en de artikelen 3:2 en 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad oordeelt dat geen sprake is van een ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging die een gerechtvaardigde verwachting zou hebben gewekt dat de uitkering zou worden voortgezet tot afronding van de studie.
De Raad acht de termijn van enkele maanden tussen de mededeling en de beëindiging van de uitkering voldoende om appellant een zorgvuldige en rechtens aanvaardbare gelegenheid te bieden een keuze te maken. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de beëindiging van de RWW-uitkering.