ECLI:NL:CRVB:1999:AA5738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
A ontving sinds 1989 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Na een anonieme melding dat A samenwoonde met C, stelde de gemeente Eindhoven een onderzoek in. Op basis hiervan werd de uitkering per 1 mei 1997 beëindigd wegens gezamenlijke huishouding en werd de bijstand over de periode 17 februari tot 30 april 1997 teruggevorderd wegens onjuiste informatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van A tegen de beëindiging ongegrond, maar vernietigde het intrekkings- en terugvorderingsbesluit wegens toepassing van een onjuiste wettelijke grondslag, namelijk artikelen van de Abw die pas vanaf 1 juli 1997 golden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat A en C een gezamenlijke huishouding voerden, gelet op waarnemingen, gezamenlijke bankrekening en wederzijdse zorg. De Raad oordeelt dat het intrekkingsbesluit en terugvorderingsbesluit terecht zijn genomen, maar dat deze op een onjuiste wettelijke grondslag berusten omdat de wetgeving pas vanaf 1 juli 1997 van kracht is.
De Raad laat echter de rechtsgevolgen van deze besluiten in stand op grond van het vóór die datum geldende recht en het ontbreken van gerechtvaardigd vertrouwen van A. De Raad bevestigt daarmee deels de uitspraak van de rechtbank en vernietigt het besluit slechts voor zover de rechtbank dat niet deed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het intrekkings- en terugvorderingsbesluit wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand.