ECLI:NL:CRVB:2004:AO6372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstandsuitkering wegens fictieve inkomsten en vermogen
Appellant en zijn echtgenote ontvingen een bijstandsuitkering die werd herzien en ingetrokken op grond van vermeende niet-gemelde inkomsten uit arbeid en vermogen. De sociale recherche stelde vast dat de echtgenote werkzaamheden verrichtte zonder vergoeding, waarvan gedaagde fictieve inkomsten aannam. Tevens werd vermogen uit een erfenis betrokken.
De Raad oordeelde dat het besluit tot intrekking onjuist was voor de periode vóór 1 juli 1997 en dat de fictieve inkomsten niet volledig konden worden aangenomen als grondslag voor intrekking. Tevens was het vermogen pas vanaf eind januari 2000 daadwerkelijk beschikbaar, waardoor eerdere intrekking op die grond niet gerechtvaardigd was.
De Raad vernietigde het besluit van 18 augustus 2000, verklaarde het beroep gegrond, en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Daarnaast werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit te nemen.