ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- R.M. van Male
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering arbeidsongeschiktheidsuitkering na deeltijdarbeid beoordeling
Appellante vorderde uitkeringen op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke door gedaagde geweigerd werden omdat zij minder dan 25% respectievelijk 15% arbeidsongeschikt was na afloop van de wachttijd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep heropende het onderzoek na een medisch rapport van een onafhankelijke neuroloog die de belastbaarheid van appellante bevestigde. Appellante was voor haar uitval in deeltijd werkzaam geweest, en de Raad beoordeelde of de geselecteerde functies op de datum in geding passend waren en in deeltijd voorkwamen.
De Raad oordeelde dat ten minste drie functies (brugwachter, inpakster koekjes en monteur koffiezetters) in deeltijd op de arbeidsmarkt voorkwamen en samen voldoende arbeidsplaatsen vertegenwoordigden. De functie samensteller werd niet als passend erkend wegens onvoldoende bewijs van een deeltijdvariant.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag heeft en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen aan appellante wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.