ECLI:NL:CRVB:2000:AA6356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt ontslagweigering wegens ontbreken dienverplichting
Appellant, een militair beroepspersoneel, werd op zijn verzoek aangewezen om een MBA-opleiding te volgen van 1996 tot 1998. Na afloop diende hij op 12 februari 1999 een ontslagaanvraag in, die door de Staatssecretaris van Defensie werd afgewezen. Deze afwijzing werd ook door de rechtbank gehandhaafd.
In hoger beroep stelde de Raad vast dat er geen dienverplichting op appellant rustte, omdat de aanwijzingsbeschikking geen periode vermeldde waarin hij verplicht deel uit moest maken van het beroepspersoneel. De Raad oordeelde dat de aanwezigheid van een dienverplichting een vereiste is voor het afwijzen van een ontslagaanvraag op grond van artikel 42 AMAR Pro, en dat deze verplichting niet zonder meer uit de aanwijzing voor de opleiding volgt.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Gezien het feit dat appellant tot dan toe deel bleef uitmaken van het beroepspersoneel en dat een terugwerkend ontslag niet mogelijk is, verleende de Raad zelf eervol ontslag met ingang van 15 mei 2000. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het afwijzingsbesluit en verleent appellant eervol ontslag met ingang van 15 mei 2000.