ECLI:NL:RBSGR:2010:BM9136
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. Sentrop
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen terugvordering bindingspremie militair na voortijdig ontslag
Eiser, een militair jachtvlieger, had een bindingsperiode opgelegd gekregen met aanspraak op een bindingspremie na voltooiing daarvan. Na zijn verzoek om eervol ontslag tijdens de bindingsperiode werd hem de terugvordering van het reeds ontvangen voorschot op de premie opgelegd. Eiser maakte bezwaar tegen deze terugvordering en stelde dat hij het besluit niet tijdig had ontvangen en dat de terugbetalingsverplichting niet rechtsgeldig was.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was omdat eiser aannemelijk had gemaakt dat hij het besluit niet tijdig had ontvangen door een adresverwisseling bij de postbezorging. Materieel werd geoordeeld dat de terugbetalingsverplichting was vastgelegd in het besluit van 10 juli 2001 waarin de bindingsperiode werd opgelegd en dat eiser deze verplichting had erkend door ondertekening van een verklaring.
Eisers argumenten dat de terugvordering niet rechtsgeldig was vanwege het ontbreken van een nieuwe terugbetalingsverplichting bij het ontslagbesluit, het ontbreken van een hoorplicht, en wijzigingen in het personeelssysteem werden verworpen. Ook de vermeende reformatio in peius door verhoging van het terugvorderingsbedrag werd niet aangenomen, omdat dit een correctie betrof van een administratieve fout.
De rechtbank stelde het terug te vorderen bedrag vast op € 80.489,27 netto, minus reeds verrekende bedragen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser werd erop gewezen dat hij bij de Belastingdienst de onterecht betaalde loonheffing kan terugvorderen.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de bindingspremie is ongegrond verklaard en het terug te vorderen bedrag vastgesteld op € 80.489,27 netto minus reeds verrekende bedragen.