ECLI:NL:CRVB:2000:AA7059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid niet gerechtvaardigd wegens onvoldoende onderbouwing
Appellant was sinds 1 september 1989 werkzaam als coördinator opleiding en bijscholing bij een Stichting. Na functioneringsgesprekken in 1993, 1994 en 1995 volgde op 26 februari 1996 een kritische notitie van zijn chef waarin ernstige tekortkomingen werden genoemd. Appellant kreeg de mogelijkheid om elders werk te zoeken, maar werd per 1 juli 1996 ontslagen wegens ongeschiktheid.
Appellant voerde aan dat hij nooit concreet was gewaarschuwd voor zijn functioneren en dat het personeelsdossier pas achteraf werd geconstrueerd. De rechtbank handhaafde het ontslag, maar de Raad oordeelde anders. De Raad stelde vast dat uit de functioneringsgesprekken niet blijkt dat appellant in de gevarenzone verkeerde of dat hem een verbetertermijn was gesteld.
De Raad vond dat gedaagde onvoldoende bewijs had geleverd dat appellant ongeschikt was en dat hij tijdig en concreet op tekortkomingen was gewezen. Het ontslagbesluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd. Tevens werd de Stichting veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens ongeschiktheid wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan concrete waarschuwingen.