ECLI:NL:CRVB:2000:AA7187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en toekenning wachtgeld aan bestuurslid College van toezicht sociale verzekeringen
Appellant was lid van het bestuur van het College van toezicht sociale verzekeringen (Ctsv) en kreeg eervol ontslag per 16 april 1996. Hij vroeg wachtgeld toe te kennen, maar de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wees dit aanvankelijk af. Na bezwaar werd het verzoek doorgeleid naar het Ctsv, dat een uitkering toekende conform het Rijkswachtgeldbesluit 1959.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij oordeelde dat het Ctsv niet bevoegd was om over het wachtgeld te beslissen. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat de bevoegdheid tot het nemen van uitvoerende besluiten berust bij het bestuur van het Ctsv zelf, op grond van de algemene bestuursbevoegdheid, en niet bij de Staatssecretaris.
Verder oordeelde de Raad dat de ingangsdatum van het wachtgeld niet de ontslagdatum is, maar het einde van de ambtstermijn, namelijk 1 januari 1997. Ook wees de Raad het beroep van appellant af om de duur van het wachtgeld te baseren op eerdere dienstjaren bij een gemeente, omdat het dienstverband formeel was beëindigd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het de ingangsdatum betrof en droeg het Ctsv op een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelde de Raad het Ctsv in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het College van toezicht sociale verzekeringen is bevoegd uitvoerende besluiten te nemen en de ingangsdatum van het wachtgeld wordt vastgesteld op het einde van de ambtstermijn.