ECLI:NL:CRVB:2000:AA7758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Aanvangstermijn hoger beroep bij mondelinge uitspraak in ambtenarenzaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Middelburg inzake een plaatsingsbesluit binnen de politieregio. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen gronden had aangevoerd. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de termijn voor hoger beroep niet begint te lopen vanaf de dag van de mondelinge uitspraak, maar vanaf de dag na verzending van het proces-verbaal van die uitspraak.
De Raad stelt vast dat appellant tijdig hoger beroep heeft ingesteld binnen de wettelijke termijn zoals bepaald in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank had appellant ten onrechte niet de gelegenheid gegeven om het verzuim te herstellen door alsnog gronden aan te voeren. Daarom vernietigt de Raad het deel van de uitspraak waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed. De Raad bevestigt het niet-ontvankelijk verklaren van het eerdere beroep tegen het nog niet goedgekeurde plaatsingsbesluit, maar wijst het latere beroep terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Het beroep wordt terugverwezen naar de rechtbank en het griffierecht aan appellant wordt vergoed.