ECLI:NL:CRVB:2000:AA8238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Minister van Defensie wegens onbevoegdheid Minister van Binnenlandse Zaken
Appellant, voormalig burgerambtenaar bij het Ministerie van Defensie, ontving wachtgeld en werd geconfronteerd met een terugvordering van een bedrag van f 7.170,62 door de Minister van Binnenlandse Zaken wegens te hoge opgegeven inkomsten in 1992. Na bezwaar en een afbetalingsregeling stelde de Minister van Defensie een besluit vast dat het bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank had het besluit van de Minister van Defensie bevestigd, waarbij zij oordeelde dat de onbevoegdheid van de Minister van Binnenlandse Zaken tot het nemen van het primaire besluit geen nadeel voor appellant opleverde en dat het motiveringsgebrek niet tot vernietiging hoefde te leiden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de rechtbank ten onrechte de onbevoegdheid van de Minister van Binnenlandse Zaken heeft gereduceerd tot een motiveringsgebrek. De Raad vernietigt zowel het besluit van de Minister van Defensie als het primaire besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken wegens strijd met de artikelen 6:4, 7:1 en 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad wijst erop dat bevoegdheidsgebreken niet kunnen worden gepasseerd zoals motiveringsgebreken en dat appellant niet in de gelegenheid is gesteld om op zijn bezwaren te worden gehoord over de bevoegdheid. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit van de Minister van Defensie en het primaire besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken worden vernietigd wegens onbevoegdheid.