ECLI:NL:CRVB:2000:AB0001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.C.F. Talman
- M.M. van der Kade
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bevorderingsbesluit wegens ontbrekende goedkeuring Gedeputeerde Staten
Appellant, lid van het managementteam van de gemeente, werd op 1 januari 1996 bevorderd naar schaal 11 op basis van een nog niet door Gedeputeerde Staten goedgekeurde bezoldigingsverordening. Het college van burgemeester en wethouders trok het bevorderingsbesluit van 8 mei 1996 in nadat duidelijk werd dat de vereiste goedkeuring door Gedeputeerde Staten zou worden onthouden.
Appellant voerde aan dat het college onterecht het bevorderingsbesluit introk en dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel hem bescherming bood, omdat het college willens en wetens het besluit had genomen. De Raad oordeelde echter dat appellant op de hoogte was of redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van het goedkeuringsvereiste, mede omdat hij lid was van het managementteam en de circulaire van Gedeputeerde Staten had ontvangen.
De Raad achtte het college bevoegd om het besluit in te trekken en oordeelde dat dit niet in strijd was met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. De eerdere uitspraak van de rechtbank die het beroep van appellant ongegrond verklaarde, werd bevestigd. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van het bevorderingsbesluit wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.