ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit WAO wegens niet-naleving wettelijke vereisten
Appellante werd geconfronteerd met een terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkeringen door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), voortvloeiend uit een periode waarin zij haar mededelingsplicht niet was nagekomen. Het Lisv had het terugvorderingsbedrag met 10% gematigd vanwege het niet versturen van enquêteformulieren, conform het beleid op grond van artikel 57 (oud) WAO.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het oorspronkelijke besluit gegrond en vernietigde dit, maar wees het beroep tegen het gewijzigde besluit van 25 oktober 1996 af. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het beleid van Lisv redelijk was en dat appellante terecht werd teruggevorderd, maar stelde vast dat het terugvorderingsbesluit niet voldeed aan de wettelijke vereisten van artikel 57, derde lid, WAO, omdat het geen betalingstermijnen vermeldde en geen verwijzing naar artikel 57a WAO bevatte.
De Raad bevestigde dat op besluiten na 1 augustus 1996 het nieuwe recht van toepassing is, ook als de onverschuldigde betalingen van vóór die datum dateren. Omdat het besluit niet voldeed aan de wettelijke eisen en geen bijzondere omstandigheden waren gesteld die hiervan konden afwijken, vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak voor zover het besluit in stand werd gelaten. Tevens veroordeelde de Raad Lisv tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd wegens het ontbreken van verplichte betalingsvoorwaarden en Lisv wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.