ECLI:NL:CRVB:2005:AS5617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAZ-uitkering wegens inkomsten eigen bedrijf
Appellant, directeur-grootaandeelhouder van een schildersbedrijf, ontving vanaf 2 december 1999 een WAZ-uitkering wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Ondanks zijn beperkingen bleef hij werkzaam in zijn eigen bedrijf en ontving hij een salaris dat gelijk was aan of hoger dan voor zijn arbeidsongeschiktheid.
Gedaagde (het UWV) paste artikel 58 van Pro de WAZ toe, waardoor de uitkering niet werd uitbetaald zolang niet vaststond of de inkomsten uit arbeid als zodanig konden worden aangemerkt. De Raad oordeelde dat de inkomsten terecht als loon uit arbeid werden beschouwd en dat toepassing van artikel 58 met Pro terugwerkende kracht gerechtvaardigd was, ondanks het rechtszekerheidsbeginsel.
De terugvordering van €11.083,58 bruto werd bevestigd, waarbij de Raad oordeelde dat terugvordering op brutobasis gerechtvaardigd is bij afgesloten fiscale tijdvakken. Er was geen sprake van dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het maandelijkse invorderingsbedrag werd als redelijk beoordeeld, rekening houdend met de beslagvrije voet.
Appellants beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigde WAZ-uitkering en wijst het hoger beroep af.