ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Beoordeling resterende verdiencapaciteit en reistijd bij arbeidsongeschiktheidsuitkering
Eiseres, sinds 1981 werkzaam als cateringsmedewerkster, werd arbeidsongeschikt verklaard vanwege nek-, arm-, rug- en knieklachten. Na ontvangst van Ziektewetuitkering volgden uitkeringen op grond van de AAW en WAO. Verweerder stelde dat eiseres in staat was licht zittend werk te verrichten gedurende 20 uur per week en trok de uitkeringen per 28 februari 1995 in.
De rechtbank vernietigde deze besluiten omdat onvoldoende rekening was gehouden met medische beperkingen die de maximale reistijd van eiseres beperkten tot één uur per dag. De deskundige arts stelde dat eiseres maximaal een kwartier naar het openbaar vervoer kon lopen en maximaal een half uur zittend kon reizen, waardoor de woon-werkafstand beperkt moest zijn.
De Raad bevestigt dat bij de beoordeling van de resterende verdiencapaciteit rekening moet worden gehouden met dergelijke reistijdbeperkingen. De Raad oordeelt dat de deskundige zijn standpunt voldoende heeft gemotiveerd en dat het besluit tot intrekking van de uitkering niet deugdelijk is gemotiveerd, omdat niet is aangetoond dat ten minste drie functies binnen de reisbeperkingen bereikbaar zijn.
Daarom wordt het besluit vernietigd en de appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagde. Tevens wordt een recht geheven van f 675,-- opgelegd aan appellant.
Uitkomst: Besluiten tot intrekking van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen worden vernietigd wegens onvoldoende rekening houden met medische reistijdbeperkingen.