ECLI:NL:CRVB:2009:BI1792
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar appellante
Appellante, voormalig leerkracht, viel uit wegens psychische en vermoeidheidsklachten en ontving vanaf 1999 een WAO-uitkering. Het UWV herzag haar uitkering in 2004 en 2006 naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid (65-80%), wat appellante betwistte met het argument dat zij door een nierziekte en medicijngebruik volledig arbeidsongeschikt zou zijn.
De rechtbank verklaarde haar beroepen ongegrond en oordeelde dat de medische grondslag en de geselecteerde functies passend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet in staat was om te reizen naar werk vanwege medicijngebruik, maar de Raad vond dit niet aannemelijk en onderschreef de eerdere overwegingen.
De Raad concludeerde dat de latere toekenning van een volledige WAO-uitkering in 2008 wegens verslechtering van haar situatie geen terugwerkende kracht heeft op de eerdere beoordeling. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.