ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Herplaatsingssubsidie Wet REA: evenredige verlaging op basis van oorspronkelijke dienstbetrekking
Appellante, een werkgever, had een herplaatsingssubsidie aangevraagd voor een arbeidsongeschikte werknemer op grond van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA). Gedaagde had het subsidiebedrag verlaagd op basis van het feitelijk aantal uren dat de werknemer na herplaatsing werkte (20 uur), terwijl appellante stelde dat de berekening moest geschieden naar het aantal uren van de oorspronkelijke dienstbetrekking (32 uur).
De rechtbank had het besluit van gedaagde bevestigd, stellende dat de systematiek van de Wet REA een verlaging op basis van het feitelijk aantal herplaatsingsuren rechtvaardigde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat artikel 16, derde lid, Wet REA verwijst naar de omvang van de dienstbetrekking zoals die ten tijde van het intreden van de ongeschiktheid bestond, en niet naar de feitelijke omvang van de herplaatsing.
De Raad vond geen overtuigende aanwijzingen in de wet of toelichting die een andere uitleg ondersteunen. De subsidie moet dus worden berekend naar rato van de oorspronkelijke dienstbetrekking van 32 uur, wat resulteert in een hoger subsidiebedrag dan toegekend door gedaagde.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, stelde het recht van appellante op een herplaatsingssubsidie van f 7.111,11 vast en veroordeelde gedaagde tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en appellante krijgt recht op een herplaatsingssubsidie van f 7.111,11.