Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
4.De wijzigingen van art. 67a AWR en het BBBB en het overgangsrecht
elkevoor hem gunstige verandering van de wetgeving. Elke afzonderlijke verhoging moet worden genegeerd en elke verlaging moet worden toegepast. Zo kom ik uit op een boete van 7% van € 4.920 is € 344.
5.Beoordeling van de middelen
Ten eerstezou de Hoge Raad de 50% vermindering ‘gewoon’ kunnen toepassen op de boete van € 344.
Ten tweedezou de Hoge Raad kunnen oordelen dat het Hof kennelijk een boete van (50% van € 984 =) € 492 proportioneel achtte, en dat een boete van € 344 dus in elk geval niet disproportioneel is. En
ten derdezou de Hoge Raad de zaak kunnen verwijzen voor een nadere beoordeling van de proportionaliteit van de boete door een ander gerechtshof.