ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake terugwerkende kracht bijstand en proceskostenveroordeling
Appellant, van Marokkaanse nationaliteit, vroeg bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) met terugwerkende kracht vanaf 23 augustus 1996. Gedaagde wees dit af omdat appellant niet beschikte over een geldige verblijfsvergunning en er geen bijzondere omstandigheden waren die terugwerkende bijstand rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond wegens een motiveringsgebrek, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit. Appellant stelde hoger beroep in tegen dit oordeel en tegen de proceskostenveroordeling.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan niet verplicht is terug te komen op een onherroepelijk besluit tenzij nieuwe feiten of evidente onjuistheden worden aangetoond. De door appellant overgelegde stukken boden hiervoor onvoldoende grond. De Raad stelde tevens vast dat de proceskostenvergoeding in eerste aanleg te laag was vastgesteld en verhoogde deze, terwijl de proceskosten in hoger beroep werden vastgesteld op een lager bedrag.
De Raad vernietigde het bestreden deel van de uitspraak over de proceskosten en bevestigde het overige. De gemeente Tegelen werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen voor het verzoek tot terugwerkende kracht en het terugkomen op het eerdere besluit, maar de proceskostenvergoeding wordt verhoogd.