ECLI:NL:CRVB:2001:AB0062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.M. van der Kade
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ontslag wegens plichtsverzuim door alcoholgebruik bij ambtenaar
De zaak betreft een ambtenaar werkzaam bij de gemeente die vanwege overmatig alcoholgebruik en plichtsverzuim op 18 maart 1995 werd ontslagen. Na eerdere gesprekken en een opname in een verslavingskliniek was hij onder strikte voorwaarden herplaatst. Ondanks waarschuwingen en begeleiding werd hij op 18 maart 1995 in een staat van dronkenschap op het werk aangetroffen.
De rechtbank had het ontslag vernietigd omdat het alcoholgebruik en de gevolgen daarvan volgens een psychiatrisch rapport niet toerekenbaar waren aan de ambtenaar vanwege een psychisch defect. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het alcoholgebruik niet voldoende onderbouwd is als gevolg van een psychisch defect en dat de ambtenaar zich bewust was van de regels en de gevolgen van zijn gedrag.
De Raad benadrukt dat een alcoholprobleem op zichzelf geen verontschuldigende factor is bij plichtsverzuim, tenzij sprake is van een psychisch defect dat de wilsvrijheid aantast. Gezien de feiten en de voorgeschiedenis is het plichtsverzuim ernstig en toerekenbaar, waardoor het ontslag gerechtvaardigd is. De Raad vernietigt het eerdere vonnis en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de ambtenaar wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim blijft in stand.