ECLI:NL:CRVB:2001:AB0473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- P.G.M. Zwartkruis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet-naleving mededelingsplicht WW met verlaging boetebedrag
Gedaagde ontving een WW-uitkering vanaf juni 1996 en vulde een werkbriefje in waarin zij verklaarde niet te hebben gewerkt, terwijl zij in januari 1997 gedurende 27 uur in een supermarkt had gewerkt. Appellant stelde vast dat hierdoor onverschuldigd uitkering was betaald en legde een boete van 300 gulden op wegens het niet melden van deze werkzaamheden.
De rechtbank vernietigde het boetebesluit omdat de artikelen 3 en 4 van het Boetebesluit strijdig zouden zijn met de WW en de Awb, waardoor het besluit niet toepasbaar was. In hoger beroep stelde appellant dat het Boetebesluit wel verenigbaar was met de WW en dat het benadelingsbedrag een aanvaardbare maatstaf is voor de ernst van de overtreding.
De Raad oordeelde dat gedaagde inderdaad de mededelingsplicht had geschonden en dat de boete op grond van het nieuwe Boetebesluit van 1 februari 2001 moest worden vastgesteld op 100 gulden, lager dan de oorspronkelijke boete. Daarnaast oordeelde de Raad dat appellant niet in strijd had gehandeld met de verplichtingen uit artikel 27b WW en veroordeelde appellant tot vergoeding van de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Gedaagde wordt een boete van 100 gulden opgelegd wegens schending mededelingsplicht WW; appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.