ECLI:NL:RBOBR:2019:4848
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beslissing arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor functies op grond van Ziektewet
Eiser, werkzaam als monteur gemalenbouw, meldde zich in januari 2014 ziek vanwege psychische klachten. Na diverse besluiten over zijn arbeidsongeschiktheid en uitkeringsrechten, stelde het UWV in juni 2018 dat eiser weer arbeidsgeschikt was voor bepaalde functies. Eiser maakte bezwaar tegen deze beoordeling, stellende dat zijn klachten, met name duizeligheid, onvoldoende werden meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zijn besluit mocht baseren op medische rapporten van verzekeringsartsen, die zorgvuldig waren opgesteld en geen inconsistenties vertoonden. De klachten van eiser, waaronder duizeligheid, konden niet worden onderbouwd met objectieve medische gegevens, zoals blijkt uit neurologisch onderzoek.
Daarom was er geen reden om beperkingen zoals een urenbeperking op te nemen. De rechtbank concludeerde dat eiser geschikt is voor de geduide functies en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij geschikt is voor de geduide functies en zijn klachten onvoldoende objectief medisch zijn onderbouwd.