ECLI:NL:CRVB:2001:AB3246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boete wegens niet tijdig melden wijziging inkomen echtgenote AOW-toeslag
De Sociale Verzekeringsbank legde aan gedaagde een boete van 900 gulden op omdat hij niet binnen vier weken een wijziging in het inkomen van zijn echtgenote had gemeld. Gedaagde ontving een AOW-toeslag die werd aangepast nadat bleek dat zijn echtgenote een VUT-uitkering ontving in plaats van een inkomen uit arbeid. De rechtbank vernietigde de boete omdat gedaagde redelijkerwijs niet hoefde te begrijpen dat de wijziging invloed had op zijn uitkering.
In hoger beroep beperkte het geschil zich tot de vraag of de boete in stand kon blijven. De Raad stelde vast dat een nieuw Boetebesluit een lagere boete voorschreef, waardoor het bestreden besluit niet in stand kon blijven. De Raad oordeelde dat gedaagde de wijziging van de aard van het inkomen onverwijld had moeten melden, maar achtte er sprake van verminderde verwijtbaarheid vanwege onduidelijkheid over de meldplicht en geringe inkomenswijziging.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank op andere gronden, veroordeelde appellant in de proceskosten en beval een nieuwe beslissing op bezwaar met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: De boete van 900 gulden wordt vernietigd en de Sociale Verzekeringsbank wordt veroordeeld in de proceskosten.