ECLI:NL:CRVB:2001:AB3259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.J. Simon
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaarschrift bij intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
In deze zaak heeft het Landelijk instituut sociale verzekeringen de WAO-uitkering van gedaagde ingetrokken wegens vermindering van arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. Gedaagde maakte bezwaar, maar het bezwaar werd door appellant niet-ontvankelijk verklaard vanwege onvoldoende motivering. De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk en vernietigde het besluit, maar de Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel.
De Raad overwoog dat het bezwaarschrift een concrete bezwaargrond moet bevatten, ook al mag de motivering summier zijn. In dit geval ontbrak een concrete grond omdat gedaagde slechts stelde dat het verlies aan restverdiencapaciteit hoger was dan 10%, zonder nadere onderbouwing. Bovendien heeft gedaagde na meerdere verzoeken geen aanvullende gronden ingediend.
De Raad concludeerde dat appellant terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand, de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende motivering, waardoor het beroep ongegrond is.