ECLI:NL:CRVB:2022:1454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken bijstandbehoefte
Appellante, woonachtig met haar drie jongste kinderen in 's-Hertogenbosch, vroeg bijstand aan na een periode van detentie. Het college had haar aanvraag afgewezen omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Uit onderzoek bleek dat haar familie in de periode waarin de bijstand werd aangevraagd, alle woon- en leefkosten volledig voor haar betaalde, zonder dat zij deze hoefde terug te betalen.
Appellante voerde aan dat de financiële steun van haar familie voortkwam uit haar bijstandbehoefte, maar de Raad oordeelde dat bijstand een vangnetvoorziening is die alleen voorziet in noodzakelijke kosten indien deze niet op andere wijze worden gedekt. Omdat de kosten reeds door familie werden gedragen, was er geen recht op bijstand.
Daarnaast werd een tweede aanvraag afgewezen omdat appellante geen concrete bezwaargronden had ingediend tegen het besluit. De Raad bevestigde dat het college terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde vanwege het ontbreken van een feitelijke grond in het bezwaarschrift.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, die de beroepen ongegrond verklaarde, terecht is en bevestigde deze uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.