ECLI:NL:CRVB:2001:AD3618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek vervroegde uitbetaling vakantietoeslag bij bijstandsuitkering
Appellanten ontvingen sinds september 1994 een bijstandsuitkering en huurden een woning van een woningstichting. Na een huurachterstand ontving gedaagde een verzoek om vervroegde uitbetaling van vakantietoeslag, dat werd afgewezen. Appellanten maakten bezwaar en gaven later toestemming voor inhouding van vakantietoeslag ten behoeve van betaling van de huurachterstand.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep werd dit standpunt gemotiveerd bestreden. De Raad oordeelde dat onvoldoende bijzondere omstandigheden aanwezig waren om af te wijken van het uitgangspunt dat vakantietoeslag in juni wordt uitbetaald. Het was de eigen verantwoordelijkheid van appellanten om woonkosten tijdig te voldoen, en het ontstaan van een huurachterstand bood geen zelfstandige grond voor vervroegde uitbetaling.
Voorts was er geen concrete dreiging van ontruiming ten tijde van het primaire besluit. Appellanten hadden de beschikking over middelen, waaronder een gemeentelijke toeslag, die niet waren gebruikt om de schuld af te lossen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de beoordeling jaarlijks plaatsvindt en geen verwachtingen schept voor volgende jaren.
De Raad bevestigde de uitspraak en zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot vervroegde uitbetaling van vakantietoeslag wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden.