ECLI:NL:CRVB:2001:AD3845
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens studiebelasting deeltijdpsychologie
Gedaagde volgde deeltijdstudies psychologie zonder dit tijdig aan de bijstandsverstrekker te melden. Verzoeker trok de bijstandsuitkering per 1 maart 1999 in en vorderde terugbetaling over maart en april 1999. De rechtbank oordeelde dat de intrekking op grond van artikel 9, tweede lid aanhef en onder c, van de Abw onterecht was. De Centrale Raad stelt vast dat objectieve gegevens over studielast doorslaggevend zijn, niet de eigen opgave van de student.
De door gedaagde overgelegde verklaring van een studieadviseur over één vak is onvoldoende om de intrekking te weerleggen. Bovendien is gedaagde niet in de gelegenheid gesteld te reageren op aanvullende informatie van de onderwijsinstelling, waardoor schending van artikel 7:9 Awb Pro is vastgesteld.
Het terugvorderingsbesluit is bovendien niet rechtsgeldig omdat het ontbreekt aan een noodzakelijk besluit op grond van artikel 14 of Pro 69 Abw. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar, waarbij rekening moet worden gehouden met de volledige studielastinformatie. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de proceskosten worden aan verzoeker opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en een nieuw besluit op bezwaar wordt bevolen.