ECLI:NL:CRVB:2001:AE8590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- M.M. van der Kade
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontslag wegens verstoorde arbeidsrelatie bij Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen
Betrokkene was sinds 1987 werkzaam bij een instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Vanaf 1993 ontstonden problemen in de samenwerking met zijn afdelingshoofd, leidend tot een incident en schorsing in 1994. Na een reorganisatie werd betrokkene in 1995 in een andere functie geplaatst, welke benoeming hij niet heeft aangevochten.
In 1996 meldde betrokkene zich ziek na spanningen over zijn werkzaamheden. De bedrijfsarts verklaarde hem situatief ongeschikt voor zijn functie binnen het instituut, maar arbeidsgeschikt elders. De rechtbank vernietigde in 1996 een besluit tot overplaatsing en oordeelde dat er onvoldoende basis was voor ontslag, maar gaf het bestuur opdracht een nieuw besluit te nemen.
Het bestuur verleende betrokkene in 1997 eervol ontslag wegens een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie, met een uitkering volgens het BWOO. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onbevoegdheid en oordeelde dat de uitkering niet redelijk en billijk was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt echter dat de functie waarin betrokkene was geplaatst definitief was en dat de arbeidsrelatie ernstig verstoord was, wat ontslag rechtvaardigt.
De Raad wijst de stelling van betrokkene af dat het bestuur verantwoordelijk is voor de escalatie na zijn plaatsing in de nieuwe functie. Betrokkene blokkeerde terugkeer in een andere functie door vast te houden aan zijn oude functie die was opgeheven. De Raad handhaaft de rechtsgevolgen van het ontslagbesluit en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover die het bestuur opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag en handhaaft de rechtsgevolgen van het ontslagbesluit.