ECLI:NL:CRVB:2001:AE9324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van overgangsregeling nabestaandenuitkering en inkomenskorting onder de Anw
Betrokkene ontving een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (Anw) die was vastgesteld en later verhoogd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De rechtbank had de besluiten vernietigd wegens strijd met het eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak deels en verklaart het hoger beroep van de SVB gegrond.
De Raad stelt vast dat het onderscheid tussen inkomen uit arbeid en inkomen in verband met arbeid, zoals arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, in de overgangsregeling van de Anw gebaseerd is op redelijke en objectieve gronden en niet leidt tot verboden discriminatie. De wetgever heeft het behoeftebeginsel centraal gesteld en een verzacht regime voor de overgangsregeling geïmplementeerd.
De Raad benadrukt dat de wettelijke nabestaandenverzekering een bodemvoorziening is en dat het niet onaangetast laten van deze uitkering in bepaalde omstandigheden gerechtvaardigd is. Ook acht de Raad het standpunt van de wetgever dat bestaande rechten tijdelijk en gedeeltelijk geëerbiedigd worden, aanvaardbaar.
Het beroep op algemene rechtsbeginselen en het vertrouwensbeginsel wordt verworpen wegens het ontbreken van toetsingsnormen aan deze beginselen buiten de wet in formele zin. De Raad bevestigt het besluit van de SVB tot verhoging van de uitkering en vernietigt het eerdere oordeel van de rechtbank dat dit besluit onrechtmatig was.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verhoging van de nabestaandenuitkering en vernietigt het eerdere vernietigende oordeel van de rechtbank.