ECLI:NL:CRVB:2001:AF3969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overschrijding maximale waarnemingstermijn en functietoewijzing bij Koninklijke Landmacht
Appellant was vanaf 2 januari 1996 plaatsvervangend hoofd van een sectie bij de Koninklijke Landmacht en nam vanaf 20 februari 1997 de functie van sectiehoofd waar, waarvoor hij een waarnemingstoelage ontving. Deze waarneming werd meerdere malen verlengd, ondanks dat de maximale termijn van twaalf maanden volgens regelgeving niet mocht worden overschreden.
Appellant stelde dat hij na afloop van deze termijn recht had op toewijzing van de functie, omdat hij bekwaam was, de voorkeur had uitgesproken en er geen organisatiebelang was om de functie vacant te laten. De Raad stelde vast dat de termijn inderdaad was overschreden en dat dit in strijd was met het normale carrièreverloop, waardoor het bezwaar van appellant terecht was.
Echter oordeelde de Raad dat het enkele feit van overschrijding geen recht gaf op functietoewijzing. Gedaagde had gemotiveerd aangegeven dat de functie om bedrijfsorganisatorische redenen tijdelijk vacant bleef en dat er geen behoefte was aan een sectiehoofd in de rang van luitenant-kolonel. Dit was geen schending van het gelijkheidsbeginsel of het zorgvuldigheidsbeginsel. De Raad vernietigde het besluit voor zover appellant de functie na 20 februari 1998 bleef waarnemen, verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van de besluiten en veroordeelde gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit voor de periode na twaalf maanden waarneming maar wijst de functietoewijzing af vanwege bedrijfsorganisatorische redenen.