ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- P.G.M. Zwartkruis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid hoofdaannemer en maatregel bij niet-naleving CAO-verplichtingen door onderaannemer
Appellanten, voormalige werknemers van een failliete onderaannemer in de bouw, vorderden overneming van niet-betaalde vakantierechten (RBS-rechten) door hoofdaannemers op grond van de Werkloosheidswet en de toepasselijke CAO. Gedaagde weigerde aanvankelijk de uitkering vanwege het niet aansprakelijk stellen van de hoofdaannemers conform artikel 3 van Pro de CAO Bouwbedrijf.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat appellanten een benadelingshandeling hadden gepleegd door niet tijdig de hoofdaannemers aansprakelijk te stellen, wat een maatregel tot gevolg had. Appellant II kreeg later een korting van 30% opgelegd in plaats van volledige weigering, omdat hij de hoofdaannemer alsnog aansprakelijk had gesteld.
De Raad bevestigt dat artikel 3 CAO Pro een civielrechtelijke aansprakelijkheid van de hoofdaannemer inhoudt en dat appellanten niet aannemelijk maakten dat zij niet in staat waren de hoofdaannemers tijdig aan te spreken. De overnemingsregeling in de WW is een laatste redmiddel. De opgelegde maatregel is gerechtvaardigd en niet in strijd met rechtsbeginselen. De Raad vernietigt het besluit voor appellant II voor het deel van 1 augustus tot 7 oktober 1996 en veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellant II.
Uitkomst: De maatregel van volledige weigering wordt bevestigd voor appellant I en gedeeltelijk vernietigd voor appellant II, die een korting van 30% krijgt; gedaagde wordt veroordeeld in proceskosten appellant II.