ECLI:NL:CRVB:2003:BK2982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid hoofdaannemer en matiging bij achterstallige loonbetalingen onderaannemer
De zaak betreft geschillen tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en twee werknemers van een failliete onderaannemer, die achterstallige loonbetalingen en andere vergoedingen claimden. De rechtbank had de besluiten van het Uwv vernietigd en de Uwv opgedragen nieuwe besluiten te nemen.
In hoger beroep betoogde het Uwv dat de werknemers de hoofdaannemer tijdig hadden moeten aansprakelijk stellen op grond van artikel 3 van Pro de CAO voor het Bouwbedrijf, waardoor de Uwv niet tot overname van de verplichtingen hoefde over te gaan. De Raad bevestigde dat deze CAO-bepaling een deugdelijke basis biedt voor aansprakelijkheid van de hoofdaannemer, maar oordeelde dat de weigering van het Uwv ten aanzien van geclaimde reiskosten niet stand houdt, omdat reiskosten niet onder de CAO-verplichtingen vallen.
De Raad stelde vast dat de werknemers consistent en onafhankelijk hadden verklaard pogingen te hebben gedaan om betaling via de hoofdaannemer te verkrijgen. Hoewel dit niet uitsluit dat sprake was van een benadelingshandeling, leidt dit wel tot vermindering van verwijtbaarheid. Daarom werd een matiging van 30% toegepast op de over te nemen bedragen. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten van de werknemers.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt aansprakelijkheid hoofdaannemer voor loonbetalingen, wijst aansprakelijkheid voor reiskosten af en past een matiging van 30% toe.