ECLI:NL:CRVB:2002:AD8221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verjaring schadevergoeding na dienstongeval tijdens dienstplicht
Appellant liep tijdens zijn dienstplicht op 28 oktober 1987 een dienstongeval op, waarbij hij letsel aan zijn linkerhand opliep. De Staat erkende de aansprakelijkheid voor de materiële en immateriële schade, maar de daadwerkelijke schadevergoeding werd pas op 30 december 1997 concreet gevorderd, ruim vijf jaar na eerdere communicatie.
De Raad beoordeelde of de Staat zich terecht op verjaring kon beroepen. Volgens vaste jurisprudentie begint de verjaringstermijn van vijf jaar te lopen vanaf het moment dat de schade duidelijk en vaststelbaar is, en de benadeelde in actie had kunnen komen. De Raad stelde vast dat de schade en de omvang daarvan al in december 1992 voldoende duidelijk waren, mede omdat de medische toestand sinds oktober 1991 stabiel was.
De Raad verwierp het verweer van appellant dat het uitblijven van een reactie van de Staat op zijn brief van 21 december 1992 zou betekenen dat de Staat afzag van verjaring of vertrouwen had gewekt dat verjaring niet zou worden ingeroepen. De Raad benadrukte dat een expliciete mededeling vereist is om af te zien van verjaring.
Gelet op het beginsel van rechtszekerheid oordeelde de Raad dat de Staat zich terecht op verjaring kon beroepen en bevestigde daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank. De schadeclaim werd daarom afgewezen wegens verjaring.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de schadeclaim is verjaard en wijst het beroep af.