ECLI:NL:CRVB:2000:AA5180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verjaring schadevergoeding na bedrijfsongeval bij Koninklijke Marine
Appellant, sergeant bij de Koninklijke Marine, liep in november 1980 ernstige brandwonden op bij een brand aan boord van Hr.Ms. Drenthe waarbij ook twee collega’s omkwamen. Na medische en psychiatrische behandeling stelde appellant in 1993 de Minister van Defensie aansprakelijk voor de geleden schade. De Minister erkende aansprakelijkheid, maar stelde dat de aanspraken verjaard waren omdat appellant al vóór 1988 bekend was met zijn klachten en dus eerder had kunnen handelen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat uit medische stukken blijkt dat appellant ruimschoots vóór 1988 wist dat hij schade had geleden door het ongeval. Hoewel appellant aanvoerde dat hij pas in 1995 op de hoogte was van de aansprakelijkheid van de Minister en dat hij door onduidelijkheid over de schuldvraag werd belemmerd, vond de Raad dat deze omstandigheden niet aan de Minister toegerekend konden worden.
De Raad overwoog dat appellant met de brief van 8 december 1981 weliswaar op ongelukkige wijze benaderd was, maar dat de Marineraad-uitspraak waarnaar werd verwezen openbaar was en appellant deze had kunnen inzien. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het beroep op verjaring door de Minister in de weg stonden. Daarom werd de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd en het beroep van appellant afgewezen.
Uitkomst: De vordering van appellant tot schadevergoeding is verjaard en wordt afgewezen.